Binnenkort zijn nieuwe tekeningen van mij te zien in Galerie Lokaal WV15 in Amsterdam, samen met werk van Nanna Lahn en Pedro Neves. Je bent van harte welkom op de opening, op 13 april van 16.00 uur tot 18.00 uur.
Ook geopend op vrijdag 19, zaterdag 20 en zondag 21 april van 14.00 tot 18.00 uur.
Op deze website zijn vooral teksten van mij te lezen. Benieuwd wat ik nog meer doe? De komende maand is mijn beeldende werk zien op twee verschillende exposities. Als aanloopje doe ik komend weekend, 13 en 14 oktober, mee aan de Bolo-K kunstroute in Bos en Lommer, Amsterdam.
In een globaliserende wereld zijn de nationale paviljoens op de Biënnale van Venetië een anachronisme. Ik praat nu de curatoren en critici na. Maar je kunt het ook zelf constateren, als je af en toe kijkt waar het geld voor de kunst vandaan komt.
Een beetje kunstenaar is tevens architect en decorbouwer. Op de 54ste Biënnale van Venetië waren er in elk geval veel kunstwerken om in rond te lopen. Paviljoens waren verspijkerd tot ruimtes die een idee of een verhaal opriepen, waarin je kon ronddwalen om zelf deel te worden van het verhaal.
In Kunstbeeld van deze maand houdt Roos van der Lint een pleidooi voor de échte kunstcriticus: de autoriteit die voor gedrukte media schrijft en niet zomaar wat blogt of twittert. Dus na mijn bezoek aan de Biënnale van Venetië afgelopen week, zit ik nu braaf recensies te lezen, om mijzelf te voorzien van “inzicht in en context bij kunst”. Roos van der Lint noemt zo’n autoriteit bij naam: Rutger Pontzen, kunstrecensent van de Volkskrant. Die heeft ook voor Metropolis M geschreven, dus die heeft er verstand van. Pontzen geeft als tip het Britse paviljoen te bezoeken. Dat heb ik gedaan, dus dat komt mooi uit.
De turbinehal van de Tate Modern in Londen is bezaaid met een tapijt van miljoenen zonnebloempitjes. Geen echte zonnebloempitten, maar handbeschilderde pitjes van porcelein. De Chinese kunstenaar Ai Weiwei (Beijing 1957) heeft ze laten maken in de ‘porceleinstad’ Jingdezhen en naar Londen verscheept.
In de Serpentine Gallery in Londen zijn vier korte films te zien van Philippe Parreno (1964), zijn eerste solo-tentoonstelling in het Verenigd Koninkrijk. Dat een filmer de blik van de toeschouwer stuurt, dat is gewoon. Maar Parreno stuurt je ook fysiek: hij regisseert hoe je als bezoeker door de galerie loopt en waar je naar kijkt. Dat doet hij voornamelijk met geluid. Als de film in de ene zaal is afgelopen, verplaatst het geluid zich langzaam door de ruimte en word je naar een volgende zaal gelokt, waar een nieuwe film begint. Zo gebruikt Parreno de hele galerie als zijn medium en maakt hij van de expositie zelf een kunstwerk.
Een filmpje over de totstandkoming van de Tattoo Car van Betsabée Romero, te zien in de tuin van het Tropenmuseum Amsterdam. Op woensdag 13 oktober wordt het kunstwerk onthuld.